De grootste Kantine van Nederland

Afgelopen zondag 9 september reisde een delegatie vanuit Leiden af naar de 'afsluiting van de Kantinetour' wat plaatsvond in AFAS Live te Amsterdam. In onderstaande blogpost lees je het verslag en de bevindingen van Hessel Hoekstra over deze leerzame middag.

Groot, groter, grootst. In de aanloop naar de afgelopen twee verkiezingen, leek dat het thema van de meetups die GroenLinks door het hele land organiseerde, waaronder een aantal in Leiden. Van poptempels waar je een paar honderd man in kwijt kon, tot een tot de nok toe gevulde AFAS Live. Jesse Klaver verkondigde daar een boodschap: GroenLinks gaat Nederland veranderen.

Zo anders was een nieuwe reeks ontmoetingen die GroenLinks door het gehele land plande. Het was een kantinetour. In sport- en bedrijfskantines bracht Jesse Klaver mensen samen die in de publieke sector werkten. En hij vertelde de mensen niets. Hij luisterde. Hij luisterde naar al hun problemen. De toenemende regeldruk in het onderwijs, de zorg, het openbaar vervoer.

Hoe buschauffeurs niet mochten lunchen of plassen omdat ze anders boetes kregen voor vertraging. Hoe zorgverleners in hun eentje soms wel veertig patiënten moeten verzorgen. Hoe docenten bijna geen les meer geven omdat ze over de voortgang van elke leerling aparte formulieren moesten invullen.

Door het hele land werden deze bijeenkomsten georganiseerd. En op zondag 9 september was de grote finale. In AFAS Live stond die middag de grootste kantine van Nederland. In de grote hal stonden lange rijen tafels. En aan die tafels zaten bij elkaar meer dan duizend mensen. Ik was vanuit Leiden naar Amsterdam gereisd om te horen wat Jesse Klaver te zeggen had. Maar nog belangrijker: wat de mensen werkzaam in de publieke sector te zeggen hadden, en wat GroenLinks daaraan wilde veranderen.

Jesse liet de publiek aan het woord. Overal stonden mensen op om hun verhalen te vertellen. Verhalen over zorgverleners die de druk niet meer aankonden en die alleen maar meer werk kregen omdat hun collega’s wegbezuinigd werden. Docenten die niet opgeleid zijn om les te geven aan kinderen met een beperking, maar dat wel moeten doen omdat die kinderen nergens anders terecht kon.

Wat mij nog het meest raakte was het verhaal van een jongen van vijftien met asperger. Hij zat op een speciale school, maar omdat er te weinig docenten waren, werd er maar één vakkenpakket aangeboden. Over een paar jaar zou hij eindexamen doen, en na zijn middelbare school wilde hij een docentenopleiding doen, zodat hij later kinderen kon helpen die net zoals hij waren.

En die motivatie zat er bij iedereen in. Iedere chauffeur, iedere zorgverlener en iedere docent had liefde voor zijn of haar vak. Liefde voor de passagiers, patiënten of leerlingen. Maar door de enorm toegenomen regeldruk konden ze die liefde niet meer geven. En dat moet anders. De afschaffing van de dividendbelasting kost de staat 2 miljard euro. En die 2 miljard kan ook naar de publieke sector.

Met dat geld alleen red je het niet. Je hebt mensen nodig die zich er hard voor maken en die zich met liefde voor hun vak inzetten. En dat kan Jesse Klaver niet zomaar in zijn eentje regelen. Als voorbeeld werd het initiatief Wij Staan Op aangehaald. Zij trokken aan de bel toen het kabinet dreigde met een loonsverlaging voor werkende gehandicapten en zorgde ervoor dat die beslissing werd teruggedraaid. En dat hoopt GroenLinks ook met de publieke sector te bereiken.

Als iedereen in de publieke sector aan de bel trekt en laat weten dat het genoeg is geweest, dan zal het kabinet moeten luisteren. En als ze niet luisteren, dan zal de kiezer dat de komende verkiezingen laten merken.

Door: Hessel Hoekstra