GroenLinks heeft tegen het accepteren van speelhallen in Leiden gestemd. In een enerverend debat, waarbij GroenLinks de sleutelpositie in handen had, heeft onze fractie ervoor gekozen om de vestiging van gokhallen niet toe te staan. Omdat de stem van GroenLinks de doorslaggevende factor was, heeft een meerderheid van 20 tegen 18 zetels bepaald dat er zich definitief geen gokhallen in Leiden zullen mogen vestigen.
Het debat over het wel of niet toestaan van gokhallen in Leiden is al tientallen jaren oud. Eens in de zoveel tijd komt het onderwerp weer op de agenda te staan, bijvoorbeeld doordat exploitanten een vestigingsverzoek indienen of omdat het stadsbestuur een uitspraak van de gemeenteraad wenst. Nog nooit is er een meerderheid voor gokhallen in Leiden geweest. Maar ditmaal spande het er enorm om. D66, VVD en de Groep Kok (18 zetels) waren voor, de rest van de raad tegen (17 zetels). Bij elkaar opgeteld kom je dan op 35 zetels, terwijl de raad er 39 telt. Die overgebleven 4 zetels zijn van GroenLinks. Wij gaven dus de doorslag.
GroenLinks heeft zijn sleutelpositie serieus en constructief opgevat. Het standpunt van GroenLinks is altijd geweest: van ons hoeft Leiden geen gokhal(len) te krijgen. Tegelijkertijd hebben we ons altijd afgevraagd of enkel afkeer van gokken voldoende reden is om de vestiging van een speelhal in zijn geheel te verbieden. Genuanceerd zijn we dan ook dit keer weer het debat aangegaan over de vraag of een gokhal in Leiden wenselijk is.
Dit speelhaldebat begon al in juni, bijna vier maanden voordat de raad er afgelopen donderdag (1 oktober) een definitief oordeel over velde. GroenLinks heeft sinds juni de voor- en nadelen tegen elkaar afgewogen. Nadelig aan het toestaan van een gokhal is dat een speelhal afbreuk kan doen aan de ruimtelijke kwaliteit, overlast kan veroorzaken en een extra mogelijkheid biedt aan mensen die verslavingsgevoelig zijn om met gokken in aanraking te komen. Serieuze problematiek die de gemeente volgens GroenLinks geen impulsen moet geven maar juist moet voorkomen.
Tegelijkertijd zou een goedgereguleerde speelhal er juist aan bij kunnen dragen om verslavingsproblematiek te verminderen. Uit cijfers en onderzoeken van Ladis en IVZ is gebleken dat de afgelopen 5 jaar het aantal gokverslavingen afneemt. Speelhallen hebben daar juist in belangrijke mate aan bijgedragen. Door onder meer effectieve preventiemaatregelen, goed opgeleid personeel en toezicht is het aantal gokverslavingen aan het afnemen. Juist de plekken waar geen toezicht of regulering is, en dan met name via internetgokken, neemt verslavingsgevoeligheid toe. Een speelhal zou dus juist kunnen helpen om preventief verslaving te voorkomen, verslaafden te helpen afkicken en gokken te reguleren.
De voordelen en nadelen tegen elkaar afgezet stelde GroenLinks reden drie strenge voorwaarden aan de eventuele komst van een gokhal in Leiden. Allereerst zou er maximaal 1 mogen komen. Het college wilde het helemaal vrijgeven, maar dat zou onverantwoord zijn. Daarnaast stelden we belangrijke kwaliteitseisen aan de gokhal. Er zou preventief beleid en toezicht moeten komen om gokverslaving tegen te gaan, overlast zou moeten worden voorkomen en de ruimtelijke kwaliteit en maatschappelijke orde zouden niet mogen worden aangetast. Afsluitend stelden we dat de vergunning via een openbare veiling per opbod zou moeten worden gegund. Op die manier is de transparantie het grootst, is er een eerlijk speelveld voor ondernemers en belangrijkste van alles: een veiling van de vergunning is juridisch de beste manier om strenge kwaliteitseisen te stellen.
Als de gemeenteraad aan al deze voorwaarden zou hebben voldaan, dan zou GroenLinks in hebben kunnen stemmen met de komst van 1 gokhal naar Leiden. Op die manier zouden we namelijk voldoende vertrouwen hebben dat gokverslaving zou worden tegengegaan, de ruimtelijke kwaliteit intact bleef en dat aan de andere kant individuele vrijheden toch overeind bleven.
Voor 2 van onze 3 voorwaarden was er een meerderheid in de gemeenteraad: maximaal 1 gokhal en strenge kwaliteitseisen. Over de eis van een openbare veiling wilde D66 echter het debat niet voeren. Zij wisten niet of een veiling wel de beste optie was en zeiden bij monde van hun wethouder Strijk dat er niet genoeg tijd was geweest om dit uit te zoeken. Dat is toch wel heel opmerkelijk. Ons voorstel voor een veiling was immers al bijna 4 maanden (!) bekend. Meer dan genoeg tijd dus. Daarnaast schrijft inmiddels zelfs het Europees Hof voor dat een veiling de meest transparante manier is om schaarse vergunningen te verstrekken. Niet voor niets dat de regering ook de vergunningen voor casino's in de toekomst wil veilen.
Een kulargument van D66 dus tegen de veiling. Of zoals de VVD het misschien wel het helderst en terecht stelde: de leden van D66 hebben gewoon al die tijd hun huiswerk niet gedaan.
Omdat deze belangrijke voorwaarde van GroenLinks voor een veiling niet ingewilligd kon worden, hadden wij er onvoldoende vertrouwen in dat de komst van een gokhal in Leiden op iets positiefs uit zou lopen. Immers, Leiden zou dan de beste kans laten liggen op het stellen van scherpe kwaliteitseisen en de meest transparante procedure. Na een enerverend debat, waarin D66 helaas aan 4 maanden niet genoeg tijd bleek te hebben gehad om zijn inhoud voor te bereiden, heeft GroenLinks dan ook tegen gestemd.
De stem van GroenLinks zorgde ervoor dat een meerderheid van 20 zetels heeft bepaald dat de komst van een gokhal naar Leiden is tegengehouden. Er komen definitief geen speelhallen in onze stad. En zolang er geen meerderheid in de gemeenteraad is om scherpe eisen eraan te stellen, is dat maar goed ook.