Ook in Leiden ervaren veel inwoners de gevolgen van armoede: ongeveer 14% van de Leidenaars heeft te maken met een laag inkomen. Zowat 1 op de 8 Leidse kinderen groeit op in een gezin met te weinig geld. In armoede kom je geld tekort voor noodzakelijke dingen zoals huisvesting, eten en zorg. En kun je dakloos raken, of honger hebben. Maar ook kom je geld tekort om mee te doen aan school, sport of cultuur. En dat gaat vaak gepaard met zorgen en schaamte.

Half januari bespraken we in de gemeenteraad het nieuwe armoedebeleid voor Leiden. Terecht wees de Adviesraad Sociaal Domein erop dat wat we lokaal op armoedebeleid kunnen, vooral pleisters plakken is. Terwijl er eigenlijk grote chirurgische ingrepen nodig zijn.

Volgens de commissie Sociaal Minimum is het sociaal minimum te laag om rond te kunnen komen en het stelsel van sociale zekerheid is te complex. De overheid moet het besteedbaar inkomen verhogen en op peil houden. Aan dat beleid van de Rijksoverheid kunnen we in Leiden helaas niet veel veranderen.

“ 

Mensen kunnen of durven beschikbare potjes niet altijd aan te vragen

 ”

Die commissie constateert ook dat de overheid uitgaat van een participerende burger, iemand die goed weet waar die recht op heeft en het ook allemaal goed kan en durft aan te vragen. De praktijk is anders. Zo blijven er potjes geld onderbesteed. Geld waar mensen wel recht op hebben én ook nodig hebben om rond te kunnen komen. Want de koopkrachtplaatjes gaan ervan uit dat iemand gebruikmaakt van alle regelingen, terwijl we weten dat dat niet altijd zo is. 

Maatregelen armoedebeleid

Ondanks dat we in Leiden pleisters plakken, zijn deze nog wel cruciaal. Met het nieuwe armoedebeleid investeren we in 2025 en 2026 € 420.000. We verhogen de inkomensgrens van Stichting Leergeld en daarmee vergroten we de groep die hier gebruik van kan maken tot mensen met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum. Daarmee vergoedt de gemeente individuele kosten

voor kinderen op het gebied van school, sport, cultuur en welzijn. Ook zetten we het Volwassenenfonds Sport en Cultuur en het Jeugdeducatiefonds voort. Hierdoor kunnen meer volwassenen en kinderen deelnemen aan sport en cultuur activiteiten. Maar ook hiervoor geldt dat mensen met een laag inkomen deze regelingen wel eerst moeten vinden en gebruiken. GroenLinks kan zich goed vinden in de visie, de ambities en doelstellingen van het armoedebeleid dat de wethouder nu met de gemeenteraad deelt.

“ 

Ongelijk investeren om gelijke kansen te creëren

 ”

Het leveren van maatwerk, ongelijk investeren om gelijke kansen te creëren, het tegengaan van intergenerationele armoede, het makkelijker maken om ondersteuning te krijgen, en dat integraal doen samen met partners in de stad, dat zijn uitgangspunten waar we ons volledig in kunnen vinden. Deze zijn van groot belang om het verschil mee te maken voor de inwoners die moeten rondkomen van weinig geld. Ook de ambitie om ervoor te zorgen dat meer mensen de bestaande regelingen gebruiken, steunen we geheel. We zien bijvoorbeeld dat 44% van de doelgroep die gebruik kan maken van het Jeugdfonds Sport en Cultuur dat ook doet, en dat ook het Maatwerkbudget voor mensen in geldproblemen nog beter kan worden benut.

Loketten buiten kantoortijden

GroenLinks had bij de bespreking van het armoedebeleid op een aantal punten nog wel vragen over hoe we nu precies de ambities gaan bereiken. Een kwart van de mensen in armoede heeft een baan. Voor hen lijkt er nu geen hulploket te zijn dat buiten kantoortijden open is, of digitale bereikbaarheid heeft. De wethouder heeft op ons verzoek toegezegd dat hij gaat kijken op welke wijze er voor ondersteuning voor deze groep beschikbaar kan komen.

Menstruatiearmoede aanpakken

Verder zien we graag dat we het uitgebreide aantal uitgiftepunten voor menstruatieproducten ook in 2026 (tot het einde van de looptijd van het armoedebeleid) kunnen voorzien van menstruatieproducten. Dit sluit ook aan bij de oproep zoals het Armoedefonds dat deed in haar brief aan gemeenteraden. In sommige huishoudens is soms geen geld voor maandverband of tampons. Dat belemmert meisjes en vrouwen om de deur uit te gaan, en zij moeten soms hun studie of werk missen. Bovendien levert het gezondheidsrisico’s op wanneer mensen ongeschikte alternatieven gebruiken. Belangrijk dus dat we blijven zorgen dat iedereen toegang heeft tot deze noodzakelijke producten.

Organiseer netwerken zodat professionals de regelingen kennen

GroenLinks riep het college op om jaarlijks terugkerende netwerkbijeenkomsten te organiseren. Op die bijeenkomsten kunnen formele en informele partijen die zich bezighouden met hulp aan mensen in armoede samenkomen, kennis uitwisselen en vertrouwd raken met elkaars gezichten. Op die manier zijn zij op de hoogte van de regelingen en kunnen ze mensen daarop (door)verwijzen. Helaas was hiervoor in de commissie weinig steun, omdat dit de gemeente veel geld zou kosten. Naar de mening van GroenLinks zou dit echter juist ook veel kunnen opleveren: namelijk een beter bereik van regelingen.

Communicatie op studenten

Verder zien we graag dat de communicatie van de gemeente zich ook richt op studenten. We willen de gemeente vragen zo veel mogelijk gebruik te maken van vindplaatsen van studenten in armoede, door studentendecanen en studentenverenigingen te informeren.

Maak aanvragen eenvoudiger door combineren en automatiseren

Voor GroenLinks is het tenslotte heel belangrijk dat mensen gemakkelijk krijgen waar ze recht op hebben. Zodat de informatie die aan de ‘achterkant’ nodig is om te toetsen of iemand recht heeft op de ene regeling, niet weer opnieuw hoeft te worden ingevuld voor de andere. Het liefst zien we dat die gegevens opnieuw worden gebruikt, bij voorkeur zo dat mensen regelingen niet meer stuk voor stuk hoeven aan te vragen. We willen onderzoeken of het mogelijk is de systematiek om te keren. Zodat mensen automatisch in aanmerking komen voor  de regelingen, die ze hard nodig hebben.